Duurzaam water

Duurzaamheid is lang niet altijd een criterium geweest bij het plannen van waterprojecten. Grote stuwdammen hebben overal ter wereld aanleiding gegeven tot sociale en ecologische drama's.
Document acties

Duurzaamwater.jpgGrootschalige irrigatieprojecten liggen aan de basis van het opdrogen van rivieren en meren. Het ondoordacht oppompen van grondwatertafels zorgt voor verlaging van de grondwatertafel en verdroging van kwetsbare ecosystemen. Vervuiling van waterlopen en grondwatervoorraden hebben langdurige negatieve gevolgen voor volksgezondheid en milieu.

Al te vaak wordt alle heil verwacht van technologische oplossingen. De ervaring leert, ook hier bij ons, dat men niet ongestraft watersystemen kan 'bedwingen'. Respect voor natuurlijke waterregimes en ruimte voor water (overstromingsgebieden, ...) maken mee deel uit van een duurzaam waterbeleid.

Een integrale benadering van het watervraagstuk is essentieel voor duurzame ontwikkeling: geografisch integraal door stroombekkens als basis voor het beleid te beschouwen, tijdsmatig integraal door rekening te houden met de toekomstige generaties, functioneel integraal door de verschillende functies met inbegrip van ecologische, sociale en culturele functies in rekening te brengen en organisatorisch integraal door alle stakeholders te betrekken.

Investeren in Sociale, Technologische, Organisatorische en Financiële duurzaamheid

Als we de Millenniumdoelstellingen m.b.t. water tegen 2015 willen halen, zullen niet alleen de investeringen 2 à 3 keer hoger moeten worden, maar zullen die ook veel efficiënter moeten worden ingezet. Uitsluitend wedden op technologie is onvoldoende. Ook het binnenbrengen van nieuwe fondsen is een druppel op een hete plaat als het niet gekoppeld wordt aan meer transparante criteria en inspraakprocedures. Een programma dat enkel de nadruk legt op het sociale of op het institutionele heeft geen zin. Zo brengt het opzetten van vormingsprocessen alleen (bvb over het belang van hygiëne), zonder daarbij iets concreets aan te bieden, weinig zoden aan de dijk. De mensen haken af. Zij willen ook tastbare resultaten. Vandaar dat PROTOS in de uitwerking van haar waterprogramma’s tegelijkertijd oog heeft voor zowel de Sociale, de Technische, de Organisatorische als de Financiële component. Door tegelijkertijd in te zetten op deze 4 water-S T O F – categorieën maakt PROTOS werk van een duurzame invulling van haar projecten.

Sociaal

Het verankeren van een nieuwe infrastructuur of technologie houdt onder meer in dat je de dorpelingen betrekt bij de planning, het ontwerp en de realisatie. Het houdt ook in dat je mechanismen inbouwt waardoor ze zich verantwoordelijk voelen voor het onderhoud en het beheer. In sommige streken kan je hiervoor terug vallen op bestaande tradities. Ze voeren dan als gemeenschap taken uit die het dorp ten goede komen.

Om afspraken te maken over een sociaal tarief (een tarief aangepast aan het inkomen van elke gebruiker) binnen de bevolkingsgroep kan van overleg-rondes gebruik gemaakt worden. Ook het gender-aspect krijgt aandacht. Hebben vrouwen inspraak? Mogen ze in het openbaar het woord nemen waar de mannen bij zijn? Kunnen vrouwen en kinderen optimaal profiteren van het nabije en zuivere water? Blijven de mannen bepalen hoe de vrouwen de vrijgekomen tijd invullen? De gemeente moet eveneens met de verschillende dorpen leren communiceren over water. Weet de gemeente welke dorpen zich bereid tonen om inspanningen te doen voor een waterput? Hoe meet je zo’n bereidheid? Hoe breng je dat in kaart? Welke dorpen worden eerst bediend en waarom? Hoe brengt de gemeente dat over aan de dorpen die uit de boot vallen? Want er is geen geld genoeg om voor iedereen tegelijk te investeren!

Technisch

Met een elektrische pomp ben je niks als er geen elektriciteit is. Maar ook met een door menskracht aangedreven waterpomp krijg je problemen als je die niet kunt (laten) herstellen. Hoe wordt de technische vorming dan ingevuld en gekoppeld aan afspraken met lokale en regionale besturen? Een technologie is immers pas interessant als er ter plaatse reservestukken voor te vinden zijn. Met het capteren van een natuurlijke bron kan je die problemen voorkomen, op voorwaarde dat de dorpelingen begrijpen dat ze de omgeving rond het waterpunt moeten onderhouden en ervoor moeten zorgen dat de bron niet vervuild geraakt. Is er een afbakening rond het waterpunt voorzien? Welke rol spelen bomen? Zien de dorpelingen in waarom er best geen dieren in de onmiddellijke nabijheid van de waterput komen?

PROTOS schreef een kort rapportje over dit onderwerp: Les avancées en matière de Technologie Appropiée dans le domaine de l'eau, mars 2005, 4p, Frans.

Organisatorisch

organisatorisch.JPGHet is niet voldoende dat er een waterput komt in een dorp als de dorpelingen niet weten dat dit water anders is dan rivierwater. Een put is goed maar wint pas echt aan betekenis als de dorpelingen ook beter greep krijgen op hygiëne en waterafvoer. Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat het aantal watergebonden ziektes nog drastischer daalt als je nieuwe watervoorzieningen koppelt aan een goede hygiënische vorming en er mensen voor verantwoordelijk maakt (belang van proper water – gevaar van bacteriën in het rivierwater – vermijden van stilstaand water rond waterpunt – ...)! Zijn er mensen uit het dorp bereid om inspanningen te doen om die hygiënische vorming op zich te nemen?
Is er een comité dat zich bezighoudt met de waterput op zich, eventuele herstellingen kan uitvoeren en oog heeft voor de financiële implicaties?

Financieel

Vaak brengen de dorpelingen zelf een heel klein deel van de investeringen bijeen, of kiezen ze er voor om een heel klein beetje te betalen voor het water dat ze komen halen aan de pomp. Dit is voornamelijk om hun betrokkenheid te verhogen. Want “gratis is maar gratis” en niemand voelt zich dan verantwoordelijk als er iets fout loopt. Willen de dorpelingen een klein financieel potje maken? Hoeveel dragen ze bij? Hoe wordt het gebruikt? De dynamiek die in een dorpsgemeenschap ontstaat rond water geeft de mensen nieuwe kansen. Ze kunnen er ook financieel beter van worden, bvb. in de vorm van een groentetuintje voor eigen gebruik. Overschotten kunnen op de nabijgelegen markt verkocht worden.

Duurzaamheid

Door tegelijkertijd te werken vanuit die vier verschillende invalshoeken bouwt PROTOS aan sociale, technische, organisatorische (institutionele) en financiële duurzaamheid. Geen enkel aspect krijgt voorrang op een ander. De kern van deze aanpak is ‘participatie’: samen met de dorpelingen stappen zetten in planning, opzet, uitvoering en beheer. Zo wordt water niet alleen een doel maar vooral een middel!

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Indirect of virtueel water

Je hebt water nodig om voedsel te produceren zoals granen, groenten, vlees of zuivelproducten. Ook om bepaalde grondstoffen, zoals katoen of koffiebonen  te kweken, heb je water nodig. Om goederen te produceren via industriële processen, zoals het wassen, branden, verpakken van koffie, het maken van een jeansbroek, een gsm of een auto, is veel water nodig als proceswater, was-  of koelwater.

watervoetafdruk.jpgHet gebruikte water bij deze processen noemt men ‘virtueel’ water of ‘indirect’ water. Het kan zowel ‘blauw’, ‘groen’ als ‘grijs’ water zijn. ‘Blauw’ water is oppervlaktewater of grondwater, ‘groen’ water is het (regen)water in de bodem dat door de planten opgezogen wordt, en ‘grijs’ water is gebruikt (afval)water dat onmiddellijk hergebruikt wordt.

Professor Tony Allan van het King’s College in Londen introduceerde als eerste het concept in het begin van de jaren negentig. Tijdens zijn onderzoek stelde hij een grote handelsstroom vast in ‘virtueel’ water. Wanneer een land bijvoorbeeld tarwe invoert, dan voert het ook ‘indirect’ water in. Wanneer een land katoen uitvoert, dan voert het ook ‘indirect’ water uit. Vandaar ook dat prof. Allan er op wees dat waterbeheer eigenlijk een politiek gegeven is. Zijn pleidooien om vanuit het concept virtueel water kritisch te kijken naar waterbeheer viel niet in dovemansoren. Allan kreeg er in 2008 de Stockholm Water Prize voor.

Prof. Arjen Hoekstra van de universiteit van Twente werkte het concept verder uit. Per product kan men het waterverbruik berekenen of inschatten. Het resultaat hiervan is de watervoetafdruk, waarbij men rekening houdt met het totale watergebruik in de diverse stappen van de gehele productieketen. Het meest sprekende voorbeeld is dat men om 1 kg rundvlees te produceren 16.000 liter water gebruikt. Een bedrijf of organisatie kan ook de eigen watervoetafdruk berekenen, net als elk individu.
Per land kan je ook een watervoetafdruk berekenen, rekening houdend met intern gebruikt water, en ‘ingevoerd’ water.

Voorbeelden van virtueel of indirect water van enkele producten, alsook methoden om je watervoetafdruk te berekenen, vind je op de website van prof. Hoekstra van de universiteit van Twente http://www.waterfootprint.org of op de website van Ecolife, VELT en WWF http://www.watervoetafdruk.be/

Hoe omgaan met het concept ‘indirect water’?

Het concept indirect water is interessant, maar moet in relatie gezien worden tot de problematiek van waterbeschikbaarheid, waterstress en waterschaarste. Het is wel een goed instrument om in een bedrijf of organisatie aan ‘water stewardship’ te doen: het zo klein mogelijk maken van de watervoetafdruk om een bepaald product of dienst te leveren. Een woordje uitleg...

Relatie tot waterbeschikbaarheid, waterstress of waterschaarste.

Zie ook Water Poverty Index bij 'watertekort en armoede'.
Indien het rund om die ene kilogram rundvlees op ons bord te krijgen, loopt te grazen in de vaak en overvloedig door regen besproeide weiden van de Belgische Ardennen, dan zal wel niemand wakker liggen van het hoge watergebruik. De Ardennen liggen in de categorie van hoge zoetwaterbeschikbaarheid per inwoner.

Indien men voor de kweek van datzelfde rund daarentegen veel bos omhakt in Brazilië (met nefaste gevolgen i.v.m. de klimaatproblematiek) om soja te telen, die dan tegelijk alle beschikbare water opslorpt en streken droog zet, wat de drinkwaterbevoorrading van de lokale bevolking in gevaar brengt, dan mogen we het met die 16.000 liter veel moeilijker hebben. Brazilië is als grote producent van soja - het voornaamste bestanddeel van veevoeder - een grote uitvoerder van ‘virtueel water’. En jammer genoeg gebeurt dit van uit streken die over veel minder zoetwater beschikken dan het Amazonegebied. 
Belangrijk is wel te beseffen dat de waterproblematiek heel specifiek en lokaal is, en sterk verschilt van streek tot streek.

Goed instrument voor ‘water stewardship’

Het concept indirect water, en vooral dan de afgeleide watervoetafdruk is een prima instrument om aan ‘water stewardship’ te doen als bedrijf of als organisatie. Hoe kan je het watergebruik terug brengen? Je slaat enkele vliegen in één klap. Je legt minder druk op de lokale watervoorraden. Je legt minder druk op het milieu, want alle gebruikte (afval)water komt terug in de natuur terecht. Geconcentreerde organisch belaste afvalwaterstromen zijn makkelijker te zuiveren dan verdunde stromen. En je bespaart geld op zowel innamekosten als zuiveringskosten van het water.

Toekomstig politiek beslissingsinstrument?

Op voorwaarde dat er meer research wordt gedaan rond het concept ‘virtueel’ of ‘indirect’ water, en het verder wordt uitgediept is dit concept en de watervoetafdruk in de toekomst een mogelijk bijkomend beslissingsinstrument voor overheden. Waarvoor gaan we het beschikbare zoetwater (in veel gebieden ook schaars) het eerst gebruiken? Hoe zorgen we in de toekomst dat het water voor de voedselproductie wereldwijd het meest efficiënt gebruikt wordt? Welke regio’s zijn het meest geschikt - gezien de klimatologische condities en de zoetwaterbeschikbaarheid - om een bepaald gewas te telen?

Dit zou een heel ander licht kunnen werpen op de politiek van voedselsoevereiniteit van bepaalde staten. Moet Israël bijvoorbeeld per se al zijn voedsel zelf produceren, in een gebied van zeer grote waterschaarste?

En het nut van bepaalde huidige commerciële landbouwpraktijken zou men met een andere bril kunnen bekijken. Moet Egypte nog meer stukken van de woestijn vruchtbaar maken met Nijlwater om voor ons aardappelen te kweken of dagelijks verse boontjes op ons bord te krijgen? En dit terwijl de bovenloopse buurstaten het water van de Nijl slechts mondjesmaat mogen gebruiken.

Het concept zou kunnen helpen om wereldwijd te zorgen voor een eerlijker gebruik van de beschikbare zoetwatervoorraden en om bij te dragen tot de wereldwijde voedselzekerheid. De watervoetafdruk op zich en alleen als politiek beslissingselement gebruiken is echter ook uit den boze.  Er zijn nog andere belangrijke factoren om in rekening te brengen: denken we maar aan de CO2-uitstoot voor productie en transport van een product/dienst. En het landgebruik. En de te verwerken afvalstromen van een product. En de ‘sociale afdruk’ van de gehele productieketen. En (de gewenste) soevereiniteit van een staat… Economische, ecologische, sociale, staats- en wereldbelangen dienen evenwichtig afgewogen te worden, maar indirect watergebruik kan zeker een bijkomend element worden in de politieke besluitvorming.

 

allemaalwash2014.JPG

logo_2015detijdlooptalarm.gif

11_be.png-en

IKVW_logo2.jpg

 

logo111111RGB.jpg

 

cncd_web200x69037f8.gif