De waterproblematiek

De waterproblematiek in 6 korte items.
Document acties

Te weinig drinkwater

Wij staan er amper bij stil, maar aan “water” zijn ook grenzen, zeker als het om drinkbaar water gaat. Sinds 1975 is de vraag naar water wereldwijd verdubbeld. Er wordt aan een hoog tempo geproduceerd, geoogst en water afgetapt om het stijgend aantal mensen op deze aardbol te voeden, te kleden en van comfort te voorzien.

congo.JPGDe druk op een schaars maar onmisbaar en levensnoodzakelijk goed neemt daardoor gestaag toe. Het gebrek aan zuiver drinkwater is een feit voor ongeveer 768 miljoen mensen!

  • Dagelijks sterven 20 tot 30.000 mensen bij gebrek aan zuiver water, elke 20 seconden is daar een kind bij. In de Minst Ontwikkelde Landen wordt de kindersterfte voor 30 tot 50% veroorzaakt door een gebrek aan zuiver water.
  • Wereldwijd zijn 80% van de ziektegevallen te wijten aan het gebrek aan zuiver water en goede sanitaire voorzieningen en hygiëne: jaarlijks worden hierdoor onder andere 250 tot 300 miljoen arbeidsdagen verloren.
  • Twee tot drie miljard man- (meestal vrouw-)dagen gaan jaarlijks verloren aan het halen van water. Het productieverlies dat hiermee gepaard gaat wordt geraamd op ongeveer 5 miljard euro.
  • In landen zoals Bolivia sluiten de scholen in de voormiddag tijdens het droogseizoen omdat de kinderen water halen voor het gezin. Vrouwen in West-Afrika kunnen geen eigen activiteiten ontplooien omdat ze dagelijks uren water halen...

Naar boven

 

Weinig vooruitgang

Op mondiaal vlak beschouwd blijft het percentage van “water-armen” ongeveer stabiel. Ondanks de inspanningen die gedurende de twee waterdecennia geleverd werden om iedereen tegen 2000 toegang te geven tot voldoende water, is er weinig vooruitgang merkbaar.

Deze stagnatie heeft verschillende oorzaken:

  • het beperkte niveau van investeringen binnen de sector, en dan vooral in de Derde Wereld. Naar schatting moet jaarlijks ongeveer 25 miljard euro worden geïnvesteerd om de Millenniumdoelstellingen rond water te behalen.
  • de bevolkingsaangroei. Hierdoor stijgt het absoluut aantal mensen dat toegang heeft tot drinkwater wel, maar procentueel treedt er geen verbetering op. Dit fenomeen speelt vooral in de grote steden in Azië en Latijns Amerika, waar de watervoorzieningen de snelle bevolkingsexplosie niet kunnen bijhouden.
  • het slechte beheer en onderhoud van vele waterleidingen en –putten. Hierdoor moeten heel wat financiële middelen en veel energie geïnvesteerd worden in herstellingen.
  • het herdefiniëren van de rol van de Staat, vooral in het Zuiden. In de jaren ’80 namen veel regeringen met wisselend succes de drinkwaterbedeling op zich. De Structurele AanpassingsProgramma’s (SAP's) die door de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds werden opgelegd verplichtten de meeste regeringen echter hun sociale dienstverlening af te bouwen. In het huidige decentralisatieproces krijgen lokale overheden in het Zuiden nu de drinkwatervoorziening binnen hun takenpakket, maar hebben daarvoor veelal niet de middelen noch de vereiste know how.
  • de kostprijs van drinkwater die dikwijls te duur is voor bepaalde bevolkingsgroepen in het Zuiden in vergelijking met hun inkomen. Hierdoor wordt een te groot aandeel van het inkomen aan water besteed (soms tot 20%).
  • de vaak ontbrekende toegang tot sanitaire installaties en een goede hygiëne. Natuurlijk is proper water een voorwaarde om op een gezonde manier met lichaam en directe leefomgeving om te gaan. Maar wie plots toegang krijgt tot drinkbaar water verandert niet onmiddellijk zijn hygiënische gewoonten. Ziekten als cholera, wormen en diarree kunnen dus rustig verder blijven woekeren. Het aantal ziekte- en sterfgevallen ten gevolge van de “watergebonden” ziekten kan slechts ernstig naar beneden worden gebracht door gelijktijdig drinkwater ter beschikking te stellen, voldoende sanitaire installaties te voorzien én de hygiënische gewoonten aan te passen.

Naar boven

 

De watercrisis

Ondanks het levensnoodzakelijke en onvervangbare karakter van drinkwater blijven 900 miljoen mensen ervan verstoken. Het betreft vooral mensen in landelijk milieu en in de snel groeiende randzones van de steden in Latijns Amerika, Azië en Afrika. In het begin van deze eeuw is het gebrek aan zuiver water wereldwijd nog steeds de grootste oorzaak van ziekte en sterven, van werk- en schoolverlet.

Naar boven

 

Waterconflicten

Talloze samenlevingen worden momenteel bedreigd door een tekort aan water, wat een probleem vormt voor het in stand houden en verder ontwikkelen van hun welvaart en welzijn en van de internationale stabiliteit.

Er zijn vandaag naar schatting 25 miljoen "watervluchtelingen" op de wereld. Ze zijn op de vlucht voor droogte of overstromingen, die veelal door menselijk ingrijpen werden veroorzaakt of verergerd. Ook de groeiende ongelijkheid in de verdeling van water leidt tot interne spanningen en internationale conflicten.

Wereldwijd zijn er 263 stroomgebieden die door meerdere landen worden gedeeld. 60 % van de wereldbevolking leeft in stroomgebieden die door verschillende landen lopen. Dit draagt vandaag al bij tot spanningen tussen Israël en Palestina, tussen Irak en Syrië, tussen India en Pakistan ….

Rivieren die door verschillende landen stromen, zoals de Mekong, de Ganges, de Jordaan, Tigris en Eufraat, de Nijl ... maar ook de Rijn, Maas en Schelde dreigen een bron van economische, en in minder stabiele regio’s eventueel gewapende conflicten te worden. Zo is het schaarse water van de gemeenschappelijke Jordaan nu eens een bron van conflict, dan weer chantagemiddel tussen Israël en zijn buurlanden. Geen wonder als men weet dat Jordanië zo goed als door zijn grondwatervoorraden heen is, en dat 90% van het in de Westelijke Jordaanoever opgepompte water gebruikt wordt door Israël.

Nog voorbeelden:

  • de Cucap-indianen in het noorden van Mexico zijn met uitsterven bedreigd doordat hun rivieren worden drooggetrokken door de katoenvelden van Arizona en zwembaden van Los Angeles.
  • veehouders, nomaden en landbouwers vechten in de Sahel hun strijd uit om het beheer van de waterputten.
  • in Turkije verdrijven de grootse dammenprojecten ganse bevolkingsgroepen.
  • in de Filippijnen en China gebeurt hetzelfde.

Conflictbeheersing, ontwikkeling en milieubescherming gaan hand in hand. Een grondige mentaliteitswijziging, gesteund op ethische gronden, dringt zich op om een duurzaam en solidair beleid mogelijk te maken.

De waterproblemen in het Zuiden zijn dus ook onze problemen. Ze kunnen niet worden opgelost als ook de machts- en economische verhoudingen tussen Noord en Zuid niet worden hertekend. De waterproblemen in het Zuiden zijn daarenboven niet alleen een onrecht, maar ze vormen ook een bedreiging voor onze éne wereld.

Tenslotte ziet men steeds meer in dat de belangenstrijd tussen watergebruikers niet alleen in het Zuiden, maar ook in het Noorden voor snel stijgende spanningen zorgt: tussen leefmilieu en landbouw, tussen huidige en toekomstige generaties, en tussen stroomafwaartse en stroomopwaartse gebruikers. Waar men in het Zuiden, soms uit noodzaak, soms vanuit een eigen cultureel of sociaal waardepatroon, experimenteert met nieuwe vormen van waterbeheer kan ook het Noorden hieruit lessen trekken om met deze vitale materie anders om te gaan. Daarom willen PROTOS en haar partners deze bruggen slaan. PROTOS schreef hierover een brochure “Water en conflicten” (1,5 MB).

Naar boven

 

Watertekort en armoede

Miljoenen mensen in de wereld moeten vandaag nog steeds zware financiële en/of fysieke inspanningen doen om aan water te geraken. Hierdoor beschikken ze over minder mogelijkheden om aan de armoede te ontsnappen.

Gebrek aan water brengt wel degelijk onvoldoende ontwikkelingskansen met zich mee. Eind 2002 publiceerde het Britse Centrum voor Ecologie en Hydrologie de eerste Water Poverty Index (WPI). De index, een eenvoudig cijfer, moet een beeld geven van de relatie tussen watervoorziening, integriteit van het milieu, gezondheid, sociale achterstelling en armoede. De WPI-index werd in samenwerking met meer dan 100 waterexperten over de hele wereld ontwikkeld. Zij heeft als doel het waterbeheer in landen en gemeenschappen te evalueren volgens een internationale standaard en om aanzetten te geven tot bijsturing.

wpi.jpgWater en armoede: een complex verband

Het verband tussen waterschaarste en armoede ligt voor de hand, maar is toch complexer dan doorgaans wordt aangenomen. De installatie van een pomp of waterleiding impliceert niet noodzakelijk dat vrouwen en kinderen optimaal kunnen profiteren van het nabije en zuivere water. Omwille van hun positie en rol binnen de familie of binnen de gemeenschap worden zij amper betrokken bij het beheer of de vorming. Naast de beschikbaarheid speelt ook de efficiëntie van het gebruik van dat water een rol in de armoedebestrijding. De Water Poverty Index (WPI) houdt dus niet alleen rekening met geofysische, maar ook met economische en sociale factoren. Concreet worden er 5 parameters ingebouwd: beschikbaarheid, toegang, capaciteit, gebruik en milieu.

  • Beschikbaarheid: de hoeveelheid oppervlakte- en grondwater dat per inwoner kan worden onttrokken; houdt ook rekening met kwaliteitsaspecten.
  • Toegang: houdt rekening met de tijd en de afstand om te kunnen beschikken over voldoende veilig water voor menselijke consumptie; gaat ook na of er voldoende water is voor landbouw en industrie.
  • Capaciteit: gaat na hoe doeltreffend de gemeenschap het water kan beheren, en houdt o.a. ook rekening met watergebonden ziektes en kindersterfte.
  • Gebruik: deze parameter werkt omgekeerd, ‘hoe minder hoe beter’; welke hoeveelheden worden gebruikt voor huishouden, landbouw, veeteelt en industrie?
  • Milieu: waardeert de ecologische duurzaamheid en heeft onder meer betrekking op de kwaliteit van het drink-, oppervlakte- en grondwater en op de erosie van het land.

De WPI-index kent aan elk van de 5 categorieën twintig punten toe. De hoogst mogelijke score voor een land is dus 100.

Het klassement

Vandaag scoort Finland met 78 punten het hoogst op de WPI-tabel, gevolgd door Canada, IJsland en Noorwegen. In die landen is het drink-, oppervlakte- en grondwater ruim beschikbaar of wordt het voldoende aangekocht, het wordt efficiënt verdeeld en de watervoorraad is er van optimale kwaliteit. Er prijken echter niet alleen industrielanden aan de top van de WPI. Op de vijfde en zesde plaats staan twee ontwikkelingslanden: Guyana en Suriname. Sommige industrielanden staan zelfs laag gerangschikt, zoals de VS (32ste) en Japan (114de). De waterconsumptie in de VS is de hoogste ter wereld terwijl Japan o.a. een lage beschikbaarheid van water kent. Vervuiling van het oppervlaktewater zorgt ook voor een lagere score. Dit is onder meer het geval voor België, dat uitkomt op de 56ste plaats. In het algemeen klassement wordt het slechtst gescoord door Niger, Ethiopië, Eritrea, Malawi, Djibouti, Tsjaad, Benin, Rwanda en Burundi. Absolute hekkensluiter is Haïti met 35 punten.

De rangschikking is volgens Dr. Sullivan van het Britse Centrum voor Ecologie en Hydrologie echter niet het belangrijkste. Belangrijker is dat er een middel voorhanden is om een beeld te krijgen van waar nog werk aan de winkel is en om vooruitgang te meten.

Een uitbreiding van de Water Poverty Index (WPI) is de Climate Vulnerability Index (CVI). Hierbij worden bijkomende geografische factoren in rekening gebracht in functie van de onderzochte plaats. Met de CVI krijg je een aanduiding van de kwetsbaarheid van het milieu.

Naar boven

 

Water, geen koopwaar

Water is uiterst waardevol. De schaarste van voldoende zuiver water maakt het zelfs steeds waardevoller. Ook de multinationale waterbedrijven hebben dit begrepen.

In een ministeriële verklaring op het einde van het 3de Wereldwaterforum van maart 2003 te Kyoto werd verklaard dat de toegang tot water een basisbehoefte is (en geen recht) en dat water in de eerste plaats moet beschouwd worden als een economisch (en niet enkel als een sociaal) goed. Er werd ook verklaard dat water een economische waarde moet krijgen volgens de marktprijs die de inning van de totale productiekost toelaat (winst inbegrepen).

Het beschouwen van water als economisch goed is van recente datum. Sinds de neoliberale golf van de jaren 80 geldt “de markt” als het ideale instrument voor een “efficiënte toewijzing” van goederen en diensten, ook voor levensnoodzakelijke diensten als water. Voor de Wereldbank en de meeste internationale organisaties is de privé-sector dus de meest geschikte actor om met zijn kapitaal, zijn technische en managementkennis de Millenniumdoelstellingen te bereiken. Ze menen bovendien dat private maatschappijen efficiënter kunnen functioneren en dat daardoor de kostprijs van het water zal dalen. De Wereldhandelsorganisatie steunt dan ook voluit het proces van liberalisering van de dienstensector en legt dit vast in de hier onder genoemde GATS-akkoorden.

In het kader van SAP’s worden nu vele ontwikkelingslanden door het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank onder druk gezet om het beheer van hun watervoorziening te privatiseren. Dit onder meer om zodoende over de nodige fondsen te kunnen beschikken om de buitenlandse schuld te kunnen afbetalen.

Toch heeft privatisering lang niet altijd het vooropgestelde resultaat geleverd. Studies tonen aan dat privé-bedrijven in een niet-concurrentiële markt (want veelal gaat het om een monopoliesituatie) niet noodzakelijk efficiënter zijn dan andere beheersvormen. Misbruiken en corruptie worden ook in de privé-sfeer vastgesteld. In veel gevallen in het Zuiden werd de waterprijs tot een veelvoud opgetrokken na privatisering van de drinkwatersector: vb. Bolivia, Argentinië, Filippijnen, ... .
In “toegang tot water voor iedereen” werd o.a. gevraagd aan te dringen bij de Europese Commissie om de 72 vragen tot liberalisering van de watervoorziening in het kader van de zogenaamde “GATS”-onderhandelingen in te trekken. Het GATS (General Agreement on Trade in Services) is één van de multilaterale handelsovereenkomsten van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). In dit akkoord, dat vooral oog heeft voor liberalisering, worden afspraken en verplichtingen rond de internationale handel in diensten vastgelegd. Naast onderwijs, openbaar vervoer, ziekenzorg, gas en elektriciteit zou ook de watervoorziening geliberaliseerd worden. Hierbij kijkt de EU begerig naar watermarkten in de rest van de wereld, maar biedt zelf de watersector helemaal niet aan aan anderen.

In maart 2006 bleek dat in EU-landen die de milieudiensten (waaronder de watervoorzieningen) liberaliseerden, de drinkwaterdistributie niet meer opgenomen werd. De Europese Commissie dringt dus niet langer meer aan op de liberalisering van milieudiensten in het kader van de gezamenlijke GATS-onderhandelingen. Het zou wel nog kunnen dat de Commissie in haar gesprekken met bepaalde landen afzonderlijk blijft aandringen op drinkwaterliberalisering. Bovendien bevat de gezamenlijke vraag nog wel de liberalisering van de afvalwaterzuivering. Aangezien deze dienst in vele landen onlosmakelijk is verbonden met de drinkwatervoorziening, kan het één een stap zijn in de richting van het ander.

Naar boven

allemaalwash2014.JPG

 

5themas.jpg

logo_2015detijdlooptalarm.gif

 

11_be.png-en

 

Webbanner_fondsenwervend_250X250_V01.gif

 

logo111111RGB.jpg

 

cncd_web200x69037f8.gif