Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Persoonlijke hulpmiddelen
Inloggen
Onderdelen
U bent hier: Home Klimaat en water De relatie tussen het klimaat, water en ontwikkeling

De relatie tussen het klimaat, water en ontwikkeling

Document acties

  • Ons klimaat verandert...
  • en beïnvloedt ontwikkeling
  • Komen we tot internationale afspraken?
  • De kringloop van het water
  • Te veel en te weinig water wordt ons deel
  • Mitigatie: verminderen van uitstoot
  • Adaptatie: de noodzaak tot aanpassen
  • Integraal Waterbeheer...
  • ... een prima methode voor adaptatie in het Zuiden
  • Wat staat ons te doen?
  • Ons klimaat …


    De aarde wordt omringd door een laag gassen, die samen de atmosfeer vormen. Zonder deze laag gassen zou het leven op aarde onmogelijk zijn. De atmosfeer zorgt ervoor dat we kunnen ademen, beschermt ons tegen schadelijke stralen van de zon, en zorgt ook voor warmte.

     

    Greenhouse
    Dit gebeurt door het natuurlijk broeikaseffect. Zonlicht komt binnen en verwarmt de aarde, maar de aarde laat die energie niet zomaar allemaal weer ontsnappen. Sommige gassen in de atmosfeer nemen de warmtestraling tijdelijk op. De belangrijkste gassen zijn water in gasvorm (H2O), koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofmonoxide of lachgas (N2O) en enkele fluorhoudende gassen. Wanneer deze gassen de warmte weer laten ontsnappen, gaat deze in alle richtingen: terug naar de ruimte én een deel terug naar de aarde. Een deel van de zonne-energie blijft daardoor rond de aarde gevangen. Door de atmosfeer is er een evenwicht tussen de binnenkomende en weer uitgestraalde energie. Dit heet het natuurlijk broeikaseffect, en de gassen die ervoor zorgen heten broeikasgassen. Zonder deze gassen zou het zowat 30°C kouder zijn op onze aarde.

     

    … verandert …

     

    Sinds de industriële revolutie in het begin van de 19de eeuw, begon de mens dit natuurlijk evenwicht te verstoren. Onze industrie, verwarming, verplaatsingen en energieopwekking zijn grotendeels gebaseerd op verbranding van fossiele brandstoffen, waardoor veel extra CO2 in de atmosfeer terecht komt.

     

    CO2 conc

    Ook de wereldbevolking is enorm gegroeid in de laatste 2 eeuwen. Daardoor moet steeds meer voedsel geproduceerd worden, en wordt overgeschakeld op een steeds intensievere landbouw die o.a. methaan uitstoot. Er worden bossen gekapt om plaats te maken voor landbouwvelden. Deze bossen kunnen dan geen CO2 meer opslaan. Op de vrijgekomen plaats worden gewassen in monocultuur geplant die veel kunstmatige bemesting en pesticiden nodig hebben die N2O vrijgeven.
    Door al die veranderingen in onze leefomgeving, en de grote toename van broeikasgassen, blijft meer warmte gevangen rond de aarde. Daardoor is de temperatuur de afgelopen eeuw al met bijna 1°C gestegen.

     

     

    temperatuur

     

    Hoe warmer het wordt, hoe meer water er verdampt. Dat zorgt ervoor dat er nòg eens meer broeikasgassen in de lucht komen. 
    Al deze evoluties wijzen dezelfde richting uit: een steeds grotere opwarming van de aarde. En als we zo doorgaan, met nefaste gevolgen. Zeker indien de permafrost ook zou ontdooien. 
    Maar misschien kunnen we die richting omkeren, door stil te staan bij hoe we kopen, eten, wonen, reizen en leven. 
    Naar boven


    … en beïnvloedt ontwikkeling

     

    In 2000 ondertekenden alle lidstaten van de Verenigde Naties de Millenniumverklaring, waarin ze beloofden tegen 2015 de 8 ontwikkelingsdoelen (MOD) te halen.

    Wereldleiders van ontwikkelde landen beloofden in 2002 al dat 0.7 % van het BNP naar ontwikkelingssamenwerking moet gaan. Die belofte zijn de meeste landen nog niet nagekomen.

    2015 komt dichterbij en het ziet er niet naar uit dat we alle ontwikkelingsdoelen zullen halen. Ook het veranderende klimaat steekt hier meer en meer een stokje voor. 
    Om de doelstellingen toch te bereiken, zijn er bijkomende inspanningen nodig. De klimaatverandering is er grotendeels gekomen door de snelle evolutie van ontwikkelde landen. De landen in het Zuiden ondervinden echter de grootste impact van de klimaatverandering en zij zijn veel kwetsbaarder voor de gevolgen ervan. 
    Het is niet de bedoeling dat geld bestemd voor ontwikkelingssamenwerking nu gaat naar de strijd tegen klimaatverandering. Hiervoor moeten nieuwe, bijkomende middelen op tafel komen. Dit is het principe van additionaliteit. Daarmee moeten ontwikkelingslanden worden gesteund om hun aanpassingsvermogen te versterken, en zich dus minder kwetsbaar te maken. Daarenboven moet het mogelijk gemaakt worden dat ontwikkelingslanden een koolstofarme ontwikkeling kunnen realiseren. 
    Naar boven


    Komen we tot internationale afspraken?

    Om al deze negatieve gevolgen op te vangen, is een internationaal engagement nodig. Dit klinkt gemakkelijker dan het is. Al sinds het einde van de jaren ’80 probeert men om duidelijke afspraken te maken. Dit is een moeizaam proces, waar veel geld en uiteenlopende belangen mee gemoeid zijn.

    Historische uitstoot

    Er zijn veel landen om samen tot een akkoord te komen, met heel verschillende achtergronden. Ontwikkelde landen hebben zo veel meer capaciteit om bij te dragen dan ontwikkelingslanden. Ze kunnen gemakkelijk investeren om zich voor te bereiden op en zich aan te passen aan klimaatverandering. Ook kunnen ze meer bijdragen aan de wereldwijde strijd tegen klimaatverandering. Daarenboven hebben de geïndustrialiseerde landen ook een veel grotere verantwoordelijkheid in het ontstaan van klimaatverandering. Naast ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden, zijn er ook een aantal landen in volle economische groei, de “groeilanden” zoals China, India, Brazilië, en vele olieproducerende landen. Het is ook niet evident om voor deze landen regels te bepalen.

    Het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) is opgericht om de risico’s van klimaatverandering in te schatten, en de wereld op een wetenschappelijke manier te informeren over veranderingen in het klimaat. Het IPCC publiceert dan ook regelmatig rapporten, op basis waarvan onderhandeld kan worden. 

    De eerste rapporten hebben in 1994 geleid tot het UNFCCC (United Nations Framework Convention on Climate Change), het eerste internationale verdrag dat een engagement is om de emissies van broeikasgassen te verminderen. Om ernstige gevolgen van klimaatverandering te beperken, mag de temperatuur niet meer dan 2°C stijgen boven het pre-industrieel niveau. Het UNFCCC is ondertussen bijna door alle VN-lidstaten ondertekend en bekrachtigd. Het is de bedoeling een evenwicht te houden tussen economische vooruitgang en ecologie, met aandacht voor armoede en ongelijkheid. 
    Binnen het kader van het UNFCCC wordt steeds verder onderhandeld, om tot meer concrete afspraken te komen. Deze onderhandelingen worden gedaan op COP’s (Conference of the Parties).

    Een eerste COP vond plaats in Kyoto in 1997, waar het Kyoto-protocol in werking trad. Daarin zijn de industrielanden overeengekomen om de uitstoot van 6 broeikasgassen te verminderen tegen 2012 met gemiddeld 5,2% ten opzichte van 1990. Afhankelijk van de rijkdom van het land en de uitstoot, moeten de landen verschillende reductiepercentages bereiken. Hier bestaan verschillende manieren voor.
    Het verdrag werd bekrachtigd door 55 landen, maar enkele landen zoals de VS en Australië hebben het nog steeds niet geratificeerd.

     

    Naar boven

     

     

    De kringloop van het water…

     

    watercyclus

    Water ondergaat onder invloed van de zon een dynamiek die we de watercyclus noemen. De warmte van de zon verdampt water uit oceanen, zeeën, meren, rivieren, organismen en de bodem. Evapotranspiratie is een belangrijk onderdeel van de watercyclus. Evaporatie of verdamping gebeurt vanuit de bodem, van op het bladerdak, en van oppervlaktewater, terwijl transpiratie gebeurt via het ontsnappen van water (waterdamp) uit planten langs de huidmondjes in de bladeren. In de hogere atmosfeer vormt deze waterdamp wolken, waarbij deze worden verplaatst door luchtstromen. Indien de waterdamp in aanraking komt met koudere lucht, condenseert ze,  en valt ze uit als neerslag, als regen of sneeuw. Een deel van het water dat op land terecht komt, stroomt langs beken, rivieren en kanalen die het water allemaal terug naar de zee voeren. Een ander deel dringt diep in de bodem door tot op de grondlaag die ondoorlaatbaar is voor water (infiltratie). De neerslag kan ook terug verdampen of opgenomen worden door planten.

    Jaarlijks wordt ongeveer 500.000 km³ water verdampt tot wolken. De warmte die nodig is om deze hoeveelheid te verdampen bedraagt ongeveer 20% van de warmte die de aarde ontvangt van de zon. Als de waterdamp condenseert tot wolken komt deze (latente) warmte vrij in de atmosfeer, hetgeen één van de oorzaken van wind is. De waterdamp die in gasvorm in de atmosfeer wordt opgenomen is ook een belangrijk broeikasgas.
    De hoeveelheid neerslag die jaarlijks op het vasteland valt bedraagt ongeveer 42.700 km³. Deze neerslag is ongelijk verdeeld over land maar ook over tijd. De meeste klimaatzones kennen een grote absolute neerslag in de zomer. In andere delen van de wereld heeft men regenseizoenen waar tot 90% van de jaarlijkse neerslag in slechts 3 tot 4 maanden kan vallen. Bovendien wisselen in bepaalde streken natte jaren af met droge jaren.
    Klimaat en zoetwatersystemen zijn dus met elkaar verbonden via de watercyclus.


    Te veel en te weinig water wordt ons deel

    Hogere temperaturen zorgen voor meer verdamping en dus voor meer water in de atmosfeer: per 1°C stijging van de temperatuur van het aardoppervlak is er ongeveer 3% meer verdamping. De watercyclus wordt dus “aangewakkerd”! Daardoor komt er een intensere neerslag, komen er meer orkanen, meer en langere periodes van droogtes op andere plaatsen of in andere periodes van het seizoen. Zo werden er tweemaal meer grote overstromingsrampen in België genoteerd tussen 1996-2005 dan tussen 1950-1980. Ook heersen er intensere en langdurigere droogtes in bepaalde (semi)aride gebieden zoals in Australië, de Hoorn van Afrika, de Sahel,… Het krimpen van gletsjers leidt tot een daling van de hoeveelheid smeltwater in de komende decennia, wat in berggebieden zoals de Andes nu al de (drink)waterbevoorrading in het gedrang brengt.
    De klimaatopwarming heeft een grote invloed op watergerelateerde problemen. Door de hogere temperatuur zet het zeewater uit waardoor het zeeniveau stijgt. Bovendien stijgt het zeeniveau ook door het afsmelten van landijs (gletsjers, ijskappen en sneeuwbedekking die zich op land bevinden). Het zeeniveau is dan ook de laatste 100 jaar tussen de 10 en 20 cm gestegen.
    Tropische regio’s zijn gevoeliger en ontwikkelingslanden zijn het meest kwetsbaar voor de klimaatverandering. Er moet immers een onderscheid gemaakt worden tussen gevoeligheid en kwetsbaarheid. Nederland is gevoeliger dan Bangladesh voor de gevolgen van de opwarming van de aarde door de stijging van het zeeniveau, maar door hun groter vermogen tot aanpassing en grotere weerbaarheid (denk maar aan de dijken), is Nederland minder kwetsbaar dan Bangladesh.

     

    Climat disasters
    Ook blijkt uit een rapport van het Klimaatscentrum van het Rode Kruis in Den Haag dat er wereldwijd een verdubbeling is van hydrometeorologische rampen in de periode tussen 1990 en 2006. Deze hydrometerologische rampen zijn stormen, orkanen, tyfoons, droogtes, landverschuivingen.

     

    Technical paper VI GIEC

    IPCC Technical paper VI- figure 2.9


    Uit een technische studie over de impact van klimaatverandering op water van het IPCC blijkt dat de intensiteit van neerslag en het aantal droge dagen zullen toenemen. Dit wordt door wetenschappers uitgedrukt in termen van waarschijnlijkheid. Zo blijkt dus dat het aantal droge dagen zal stijgen met een waarschijnlijkheid van 67%, en dat de regenintensiteit zelfs zal toenemen met een waarschijnlijkheid van 90%.
    Naar boven

     

     

    Mitigatie: verminderen van uitstoot

    Om de gevolgen van de klimaatverandering te beperken, moet de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer zoveel mogelijk worden verminderd. Dit heet mitigatie. Dat kan zowel door de uitstoot te verminderen, als door opname van broeikasgassen door bijvoorbeeld bossen.
    Geïndustrialiseerde landen hebben het meeste werk om hun uitstoot te verminderen. Ze kunnen ook meer investeringen en veel technologie inzetten om hierin te slagen.
    In groeilanden en ontwikkelingslanden moeten bij de economische ontwikkeling onmiddellijk zoveel mogelijk klimaatneutrale technologieën worden ingezet. Daarbij komt dat de belangrijkste ecosystemen voor koolstofopslag, zoals tropisch regenwoud, vooral in het Zuiden liggen. Ontwikkelingslanden hebben dus een zeer belangrijke rol te spelen op het vlak van mitigatie.
    Daarom worden er nu ook NAMA’s (Nationally Appropriate Mitigation Actions) opgesteld.
    Naast de huidige systemen voor emissiereductie, bepaald in het Kyotoprotocol, werkt men aan nog andere systemen. Op de top in Cancun in 2010 werd het REDD–systeem (Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation) goedgekeurd. De doelstelling hiervan is om stimulansen te geven om de dalende absorptiecapaciteit door het kappen van bossen in ontwikkelingslanden te verminderen. Het basisidee hierbij is dat moet betaald worden voor de ecosysteemdiensten die bossen leveren. Er zijn nog verschillende kwesties niet uitgeklaard.
    Men werkt al aan een REDD+, waarbij ook rekening gehouden wordt met bosbehoud, duurzaam bosbeheer en het uitbreiden van koolstofvoorraden in bossen. Daarnaast wil men het systeem verbreden naar REALU (Reducing Emissions from All Land Uses) of REDD++, waarbij niet enkel met bossen rekening gehouden wordt, maar met alle vormen van landgebruik die aan koolstofopslag kunnen doen.
    De grootste uitdaging voor al deze systemen blijft voorlopig een sluitende monitoring- en evaluatiemethode op te zetten.
    Naar boven

    Adaptatie: de noodzaak tot aanpassen

     

    De gevolgen van klimaatverandering zijn reeds over de hele wereld voelbaar. Daarop moeten we ons voorbereiden, en onze manier van leven aanpassen.
    De veranderingen zullen niet overal hetzelfde zijn. Op sommige plaatsen wordt het droger, ergens anders zal het vaker en intenser regenen. Er zullen meer extreme weersomstandigheden zijn, zoals orkanen, maar die komen niet overal voor. Het zeeniveau zal stijgen, maar dit heeft een veel grotere invloed op laaggelegen gebieden, zoals Bangladesh en sommige eilanden. Landen in het Zuiden worden meestal het zwaarst getroffen, maar juist zij hebben minder mogelijkheden om zich aan te passen. Een UNFCCC-rapport schat dat tussen de 28 en 67 miljard dollar nodig is voor aanpassingsprogramma’s in ontwikkelingslanden, om hun ontwikkelingskansen niet te bedreigen.

    Naast aangepaste ontwikkelingsprogramma’s en specifieke acties op het terrein, is ook een aangepast beleid nodig. Binnen het UNFCC zijn dan ook fondsen beschikbaar voor de minst ontwikkelde landen (MOL-landen). Daarmee kunnen zij specifieke adaptatieplannen voor de aanpassing aan klimaatverandering ontwikkelen. Deze plannen heten NAPA (National Adaptation Programme of Action). De NAPA’s worden door de MOL-landen zelf opgesteld. Een NAPA beschrijft de meest belangrijke aanpassingmaatregelen, en verbindt deze met de belangrijkste ontwikkelingsdoelstellingen van het land. Daarbij moet rekening gehouden worden met duurzame ontwikkeling, sociale rechtvaardigheid, gender en flexibiliteit.
    Naar boven

     

    Integraal Waterbeheer,…

     

    Het doel van Integraal Waterbeheer (IWB) is het beheer van waterkwantiteit en -kwaliteit, van het leven in en rond het water, de coördinatie van land- en waterbeheer, rekening houdend met alle gebruikers, nu en in de toekomst.

     

    Duurzame omgang met water rekening houdend met:
    • de functie van water: landbouw, drinkwater, industriële activiteiten, natuur, ecologie,
    • de gebruikers van water,
    • de impact van acties op hele gebied,
    • het behoud van water voor toekomstige generaties.
    Centraal in het IWB staat het beheer van een waterbekken. Een waterbekken is het volledige gebied dat een rivier, stroom of grondwatertafel omvat met al zijn bronnen en zijrivieren. Daarbij wordt een volledige analyse van de waterhuishouding uitgevoerd en dit in overleg en samenwerking met lokale belangengroepen. Dit kan zijn: het maken van modellen die rekening houden met waterstand en waterstromingen, berekenen van vraag en aanbod naar water, bescherming van waterecosystemen, een rechtvaardige verdeling tussen alle gebruikers, waterzuivering, waterhergebruik, …

    Het integraal waterbeleid kan dan ook mee bijdragen tot het vermijden en oplossen van conflicten tussen concurrerende gebruikers, landen en regio’s en zo leiden tot een duurzamere maatschappij.
    Naar boven

     

    …een prima methode voor adaptatie

    Het IPCC stelt in zijn rapport van 2007 dat Integraal Waterbeheer een instrument zou moeten zijn om aanpassingsmaatregelen te bepalen en uit te voeren die nodig zijn om de negatieve gevolgen van opwarming van de aarde op te vangen.
    Adaptatietechnologieën zijn toepassingen van verschillende technologieën die de kwetsbaarheid reduceren of die de veerkracht van een natuurlijk of menselijk systeem op de impact van klimaatverandering verbeteren (UNFCCC, 2005).

    De klimaatverandering leidt tot een hogere kwetsbaarheid van de bevolking met een lagere ontwikkelingsgraad in het Zuiden.
    Ondanks het bestaan van de NAPA’s hebben heel wat landen wegens het gebrek aan middelen problemen met de uitvoering, zodat het in praktijk brengen van adaptatiemaatregelen zeker nog lang kan duren. Daardoor is er een transfer van kennis en middelen nodig van Noord naar Zuid. Zo moet ook de verdere ontwikkeling zo klimaatvriendelijk mogelijk verlopen: groene energie (wind/zon/water), opzetten van openbaar vervoer, ondersteuning en bescherming van bos en water, maar ook duurzaam watergebruik. Enkele voorbeelden van adaptatietechnologieën:
    • kustzones: “early warning systems” en evacuatiesystemen, dijken bouwen, verbeteren van waterafvoeringsystemen, nieuwe bouwcodes, herstel van waterrijke of moerasrijke gebieden, …;
    • watervoorraden: aanleg reservoirs, verbeteren van waarschuwingssystemen voor overstromingen, …;
    • landbouw: onderzoek en ontwikkeling naar hitteresistente gewassen, controle erosie, irrigatiesystemen, …;
    • gezondheid: educatie omtrent gezondheid, koken van water, verbeteren waterbeheer en sanitatie, …

    Belangrijk is de betrokkenheid van de lokale bevolking. De bevolking heeft zelf heel wat overgeleverde kennis en ervaringen uit het verleden over de waterhuishouding in een bepaald gebied: bijvoorbeeld zones die kwetsbaar zijn voor overstromingen of droogtes. Of kennis van oude rassen van gewassen die meer droogteresistent zijn. Men moet zoveel mogelijk gebruik maken van deze verzamelde volkswijsheid.
    Door Integraal Waterbeheer toe te passen met een brede participatie van onderen uit, zal de lokale bevolking zelf voor een groot stuk deze systemen kunnen beheren. Ook wanneer er veranderingen optreden in de hoeveelheden van zowel aanbod van als vraag naar water onder invloed van klimaatverandering.

    Bron: Technologies for adaptation to climate change. 2006. Climate change secretariat (UNFCCC), Bonn, Germany.

    Naar boven

     

    Besluit: wat staat ons te doen?


    De klimaatverandering leidt tot een veel hogere kwetsbaarheid van de bevolking met een lagere ontwikkelingsgraad in het Zuiden. Het is de verantwoordelijkheid van de ontwikkelde landen en de groeilanden om de landen in ontwikkeling bij te staan. Ten eerste is het noodzakelijk de ontwikkelingslanden te helpen bij het zich aanpassen aan de reeds voelbare gevolgen van de opwarming van de aarde. Dit moet door overdracht van kennis en technologie, maar ook door financiële steun nodig voor de uitvoering van hun eigen adaptatieplannen.

    Ten tweede moeten de ontwikkelde landen en de groeilanden de ontwikkelingslanden bijstaan om direct over te schakelen op groene energievoorziening, om zo tot duurzame ontwikkeling te komen.

    Het is niet wenselijk dat de groeilanden ons model kopiëren.

    Omdat de reeds lang beloofde 0.7% van het BNP van de rijke landen nodig is om de Millenniumontwikkelingsdoelen te halen, moet de financiële steun voor de klimaatplannen van het Zuiden additioneel zijn. Het allerbelangrijkste is echter dat wij hier in het Noorden drastisch omschakelen naar een duurzame en koolstofvrije productie-, consumptie- en levenswijze.

    “Drastische uitstootvermindering van broeikasgassen in de industrielanden realiseren is de grootste solidariteit die we moeten en kunnen betonen met de ontwikkelingslanden.”

    Naar boven

     

    promo-nl-klimaat

    11_be.png

    2015.jpg

     

    « mei 2012 »
    mei
    MaDiWoDoVrZaZo
    123456
    78910111213
    14151617181920
    21222324252627
    28293031

    logo111111RGB.jpg

     

    cncd_web200x69037f8.gif